Over de kat | Ogen

De ogen van een kat zijn complex en optimaal ontwikkeld voor de jacht, bescherming, zicht en het opvangen van licht. Lees verder voor meer informatie over de ogen van een kat.

Over de kat | Ogen

Katten worden blind geboren en als de ogen ontwikkelen zijn ze erg gevoelig voor licht. Kittens worden geboren met blauwe ogen en de echte kleur ontwikkelt zich enkele weken later (*1). Bij vijf weken oud gaan de ogen langzaam verkleuren en rond zeven weken krijgt het een definitieve kleur, al kan dat bij sommige katten op latere leeftijd nog veranderen (*12). Het kattenoog kan veranderen in verschillende kleuren, de meest gebruikelijke kleuren zijn groen en goud (*1).

De ogen openen tussen dag vijf en dag twaalf. De kittens kunnen dan nog niet echt goed zien. Vanaf ongeveer elf dagen oud kan een kitten voor het eerst mensen en bewegende voorwerpen volgen door de kop en ogen te bewegen. Vanaf dag dertien kan een kitten diepte gaan zien en het zichtvermogen is optimaal als een kitten zestien weken oud is (*12). 

Het gezichtsvermogen van een kat is waarschijnlijk zes keer zo goed als dat van de mens (*2). De kat is een bedreven nachtjager met ogen die op een gecompliceerde manier in staat zijn om gebruik te kunnen maken van ieder sprankje licht (*3). In verhouding tot de grootte van de kop zijn de ogen van katten enorm, bijna even groot als die van mensen. Daardoor kunnen katten zelfs in het donker zien waar ze lopen en is het netvlies daar speciaal aan aangepast (*4).

Het oog

Het hoornvlies dekt de voorste oogkamer af, daarachter ligt het driedelige druifvlies: de gekleurde iris, het stabiliserende ciliair lichaam en de lens die kan focussen. Achter de lens liggen de met vloeistof gevulde achterste oogkamer, de retina en het reflecterende tapetum lucidum (*5).

Zicht & Licht

Het gezichtsveld van een kat is rond de 200 graden, mensen hebben een gezichtsveld van 180 graden (*6). De ogen van een kat zijn vooruit gericht en hebben een binoculair zicht, wat betekent dat beide ogen tegelijk een voorwerp zien. Daarom heeft een kat een excellente perceptie van diepte (*6 & 1). Er is zelfs sprake van dat katten en honden ultraviolet licht kunnen zien (*6). Ook blijkt uit recent onderzoek dat katten hoogstwaarschijnlijk ook fluorescerende kleur kunnen zien. Het zou dus kunnen dat katten naast een geursignaal (feromonen en geursporen zoals sproeien) ook kleur afscheiden, wat het effect van het signaal nog bevordert (*11).

De ogen van katten zijn aangepast om beweging snel op te merken, zelfs met schemer. Dit maakt katten onder andere succesvolle jagers. Snelle beweging, vooral als het onverwachts is, verhoogt de reactie van een kat (*6). Het jacht instinct wordt sterkt getriggerd door beweging die weggaan van de kat (*1). Katten kunnen een situatie heel gemakkelijk in de gaten houden zonder dat het eruit ziet alsof ze ingespannen bezig zijn (*2).

Mensen hebben één kegeltje op het netvlies om kleur te kunnen zien en vier staafjes om het verschil te zien tussen licht en donker, dus scherpte. Katten hebben net als mensen één kegeltje, maar wel twintig staafjes. Waardoor ze de kleinste beweging in de verte kunnen waarnemen (*11). 

Katten zien alles wat zich letterlijk voor hun neus bevindt onscherp. Ter compensatie kunnen katten hun gevoelige snorharen naar voren richten en zo het dichtbij zien vervangen door hun tastzin (*4).

Wanneer het echter totaal duister is, kan een kat niets meer zien. Bij fel licht worden de pupillen verticale spleetjes. Maar wanneer het donker is, zijn ze groot en rond (*7). Wat de mens als totale donkerte ervaart kunnen katten nog wel zicht hebben. Het licht pad van het pupil van de kat naar het netvlies (retina) is korter dan dat bij mensen. Dit zorgt ervoor dat de pupil wijder open kat en smaller kan samentrekken (*1).

De verticale pupil beschermt het netvlies tegen scherp licht en kan zich aan verschillende lichtsterkten aanpassen. Het licht valt door het hoornvlies en de lens op de lichtgevoelige cellen van het netvlies, vanwaar via de oogzenuw prikkels worden gezonden naar de hersenen. De ogen van een kat zijn speciaal geconstrueerd om de maximale hoeveelheid licht op te vangen (*8). Soms biedt het sluiten van de pupil niet voldoende bescherming en zal de kat ook de ogen half moeten dicht knijpen. Dan is alleen het middelste deel van de spleet nog zichtbaar. Katten knijpen ook de ogen half dicht als ze zich heel ontspannen voelen, ongeacht de lichtsterkte (*4).

Kleuren

Het netvlies bevat talrijke receptoren om in het donker te zien en die kunnen net als bij mensen alleen zwart en wit onderscheiden. Katten hebben alleen weinig kleurreceptoren om overdag te zien. Ze kunnen enkele kleuren onderscheiden, maar besteden veel minder aandacht aan de vraag welke kleur iets heeft (*4). Het beperkte kleurzicht is niet zo belangrijk als geluid, geur en beweging. Aangegeven wordt dat de kat blauw, grijs, geel en groen kan zien. Geen rood (*1). Ook paars zouden katten kunnen zien. Kleuren zoals rood, bruin en oranje zijn voor katten verschillende tinten grijs. Katten onderscheiden ook meer tinten grijs dan de mens. De kleur van een prooi is dus niet van belang voor een kat (*11). Anderzijds wordt er aangegeven dat het niet precies bekend is welke kleuren en vormen een kat kan zien. Aangenomen wordt dat ze blauw en groen kunnen zien, maar over rood bestaat nog onzekerheid (*2). Contrast tussen een voorwerp of prooi en de ondergrond speelt bij katten wel een rol. Bij een lichte vloer zijn donkere speeltjes de beste keuze en bij een donkere vloer lichte speeltjes (*11).

Tapetum Lucidum

De ogen van een kat zijn bijzonder gevoelig voor licht, doordat ze een lichtreflecterende laag, het tapetum lucidum hebben. Dankzij deze laag valt er meer licht op het netvlies (*2). Het tapetum lucidum is een laag met cellen onder het netvlies (retina). Deze fungeert als spiegel en reflecteert licht terug in het netvlies, zodat de kat al het beschikbare licht kan gebruiken. Dit maakt een kattenoog 40% meer efficient (*1).

Het tapetum lucidum is van groot belang bij het jagen in het donker (*2). Deze reflecterende laag zorgt ervoor dat kattenogen oplichten in het donker. Dit gebeurt als er licht op valt, hierdoor kunnen katten zelfs bij zeer weinig licht veel beter zien dan mensen en het nachtzicht vergroot wordt (*7 & 5). De kleine hoeveelheid licht die de tweede keer de receptoren mist wordt teruggetuurd uit het oog van de kat en veroorzaakt het karakteristieke groene ‘oplichten’ van het kattenoog (*4).

Pupillen & Gevoelens

De ogen van de kat geven informatie over wat een kat kan voelen. De pupillen verwijden zich wanneer een kat gestimuleerd, verrast of angstig is. Vernauwde pupillen kunnen beteken dat de kat spanning of potentiële agressie ervaart (*1). De pupillen van een kat die iets op het oog heeft, kunnen verschillende vormen aannemen: van héél fijn en smal naar ovaal. Hieruit kun je dus moeilijk iets afleiden (*11).

  • Ronde pupillen: interesse, opwinding, angst of defensieve agressie.
  • Vernauwde pupillen: aanvallende agressie.
  • Licht ovale pupillen: ontspanning.
  • Staren zonder knipperen: dominantie of defensieve dreiging.
  • Ontspannen hangende oogleden: vertrouwen en ontspanning.

Er moet ook rekening worden gehouden met het aanwezige licht in de ruimte (*1 & 9). De grootte van de pupillen hangt meer af van de lichtinval, dan van de achterliggende emotie (*11).

Staren & Kattenkusjes

Het vermijden van direct oogcontact is een methode van een kat om een gewelddadige confrontatie met een andere kat te voorkomen. Een offensieve agressieve kat zal direct oogcontact maken (*1). Katten die je aankijken zonder te knipperen, proberen je iets duidelijk te maken. Staren is erg belangrijk bij een agressieve ontmoeting tussen katten en honden. Een kat die aangestaard wordt, voelt zich ongemakkelijk. Als hij terugstaart, wil hij een ongemakkelijk gevoel geven (*2). Staren is voor katten iets uiterst agressief en gebeurt heel subtiel. Het kan plaatsvinden op tien centimeter of tien meter van elkaar. Katten zitten dan in een soort van trance waar ze zelf niet gemakkelijk uitraken. Als namelijk één van de twee katten beslist om weg te stappen, dan gaat de andere kat er regelrecht achterna. Wat nadelig is voor de overlevingskansen in de natuur (*11).

Het tegenovergestelde is langzaam knipperen, dat een soort ‘kattenkusje’ is. Langzaam knipperen is een teken dat de kat ontspannen en vriendelijk is (*2). Je kunt zelf ook kusjes geven door zachtjes je ogen te sluiten en te openen terwijl je naar je kat kijkt. Als je kat op zijn of haar gemak is dan krijg je een ‘kusje’ terug. Als je kat ook zijn of haar ogen zachtjes sluit, doe dat dan ook terug. Dat schept vertrouwen (*11).

Knipvlies

Katten hebben een derde ooglid, dat ook wel ‘knipvlies’ wordt genoemd (*2). Als het oog bescherming nodig heeft, beschermt het knipvlies het oppervlak. Aangezien katten jagen in hoog gras en bosjes beschermt het knipvlies het oog tegen beschadigingen (*1). Is het derde ooglid slechts aan één kant te zien, dan kan dit komen door beschadiging, een vechtwond of een vreemd voorwerp in het oog. Als er van enige beschadiging van het oog sprake is, moet dit onmiddellijk behandeld worden (8*).

Het knipvlies is doorgaans alleen zichtbaar wanneer de kat ziek of zeer uitgedroogd is en naar de dierenarts moet (*2). Als het derde ooglid (een wit vlies) het oog gedeeltelijk bedekt, kan dat te wijten zijn aan een oogziekte of aan een algemene toestand van onbehagen (*7). Het derde ooglid is een extra bescherming dat normaal bij een gezond dier niet te zien is, maar dat over het oog heen komt te liggen als een kat zich ziek voelt (*8).

Het knipvlies is vaak beter zichtbaar bij de Siamees, Burmees en Tonkinees (*2).

Oogcomplicaties

Een gezonde kat heeft heldere ogen (*7). Ook de ogen van een kat hebben verzorging nodig: er kan sprake zijn van opgehoopt vuil in de ooghoeken, slaapjes of irritatie door bijvoorbeeld stof, zand en vliegjes. Bij sommige kattenrassen kan een traanstreep zichtbaar zijn (*10).

Als de ogen van de kat troebel staan, tranen of zelfs etteren, kan dat wijzen op een verwonding, iets in het oog of een infectie (*7). Veranderingen aan het oog die er niet belangrijk uitzien kunnen toch op ernstige aandoeningen wijzen. De ogen zijn vaak een goede indicator van afwijkingen elders in het lichaam, met name wat betreft de hart- en bloedvaten (*5). Veranderingen, veroorzaakt door een infectie of verwonding, in het uiterlijk van het oog van de kat zijn vaak goed te zien. Ogen horen goed open- en dicht te gaan, er moet geen vocht of pus uit het oog komen en er moet geen aanwezigheid zijn van vertroebeling of verkleuring (*8).

De meest voorkomende oogaandoeningen tasten het buitenste gedeelte van het oog en de conjunctiva (vlies dat over de oogbol heen ligt) aan. Beschadigingen aan ogen en oogleden tijdens gevechten komen veel voor en zijn gewoonlijk snel genezen. Als de wond geïnfecteerd raakt, kan het gaan etteren en zelfs het hoornvlies aantasten. Een dierenarts kan met behulp van een oftalmoscoop of oogspiegel de diepergelegen delen van het oog onderzoeken. Om complicaties te vermijden moeten verzweringen van het hoornvlies behandeld worden (*8). Kattengrit en gaszaadjes zijn de voorwerpen die katten het meest in hun ogen krijgen. Een voorwerp dat in de oogbol vast zit mag niet zelf worden verwijderd (*3).

Ernstige oogaandoeningen, zoals netvlies afwijkingen of lensvertroebeling, kunnen ook zorgen voor blindheid. Katten weten zich goed te redden als ze minder gaan zien bij het ouder worden, of zelfs als ze een oog kwijt zijn geraakt door een ongeluk of verwonding. In een bekende omgeving leren ze zich aan te passen door met andere zintuigen te compenseren (8*).

Katten hebben vlees nodig omdat dit het element taurine bevat, een aminozuur waarvan een kat een bepaalde hoeveelheid nodig heeft om het netvlies in goede conditie te houden en ter voorkoming van de hartziekte cardiomyopathie (*3).

Witte katten met blauwe ogen kunnen lijden aan aangeboren doofheid. Vaak hebben katten met een twee verschillende kleuren ogen doofheid aan de zijkant met het blauwe oog (*1).


Welke kleur ogen heeft jouw kat?

Welke kleur ogen heeft jouw kat? Kan jouw kat goed zien of heb je weleens je kat moeten behandelen voor een complicatie aan het oog? Laat het ons weten! Dat mag als reactie hieronder, maar je kunt ons ook taggen op Facebook of Instagram via @Catlab.blog.


* Bronnen

1 – Think like a cat | Pam Johnson-Bennett | Pagina 22, 23 & 28

2 – Kattenlichaamstaalgids | Trevor Warner | Pagina 171, 172, 180, 150 & 124

3 – Katten & Kittens | Joan Moore | Pagina 10, 28 & 120

4 – Zo train je een kat | John Bradshaw & Sarah Ellis | Pagina 27 & 28

5 – Katten | Dr. Bruce Fogle | Pagina 298, 208 & 209

6 – Catification | Jackson Galaxy & Kate Benjamin | Pagina 16

7 – Katten | Deltas | Pagina 29 & 32

8 – Uw kat in topconditie | Andrew Edney | Pagina 104 &105

9 – Cat vs. Cat | Pam Johnson-Bennett | Pagina 12

10 – Medisch ABC voor de kat | Pagina 15

11 – I Love Happy Cats | Anneleen Brue | Pagina 20, 21, 91& 92

12 – Kattig of Poeslief – Opvoedgids voor kittens | Liesbeth Puts | Pagina 42, 43, 45, 47 & 50

2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *